December 31, 2006

Tasmania, devils & convicts temidden van natuurgeweld (2)

Zowat iedereen die Tasmanie doorkruist komt op een gegeven moment terecht in Cradle Mountain - Lake St Clair National Park, het uithangbord van de staat. Cradle Mountain weerspiegeld in Dove lake staat op de cover van bijna elke toeristische gids. Voor de echte die-hards onder de wandelaars begint hier bovendien de bekende Overland Trek, een 5-6 daagse overbevolkte trektocht doorheen de ongerepte natuur van het hele park. Zover hebben ze ons echter niet gekregen. We hebben het bij een volle dag stappen gehouden waarbij we tot aan de voet van Cradle Mountain zijn geraakt met prachtige panorama's vanuit alle ooghoeken als herinnering.

Dove lake and Cradle Mountain from Marions lookout - Cradle Mountain National Park

Op weg naar Cradle Mountain ook de tijd genomen voor Launceston en Mole Creek National Park. Dat laatste herbergt de Marakoopa Cave met een indrukwekkende glimwormpopulatie in een van de grotten. Toen het licht werd uitgedaan lichtte het hele plafond van de grot op als een reusachtige blauwe melkweg ... iedereen stond er met open mond (eigenlijk meer een veronderstelling wegens de pikzwarte duisternis). Er blijkt dat er zich nog een grotere populatie in een Nieuw-Zeelandse grot bevindt wat we dan ook op onze verlanglijst hebben gezet voor binnen twee jaar.

Indecisive weather - Ocean beach at Strahan

Op een paar uur rijden van Cradle Mountain ligt de westkust van Tasmanie. Strahan is er zowat de enige deftige bewoonde plaats. De rest bestaat uit eeuwenoude en onaangeroerde wildernis onderverdeeld in verschillende nationale parken. Dat deze streek pas echt onherbergzaam is hebben we gevoeld. In een halve dag zijn we er voor het eerst van de reis achtereenvolgens uitgeregend, weggewaaid en zelfs platgehageld ... vier seizoenen in een paar uren tijd. Wachtend op de zonsondergang op Ocean Beach wist het weer zelfs niet welke kant het uitmoest. Terug naar het binnenland voor de laatste honderden kilometers zijn we achtereenvolgens gepasseerd langs Mount Field National Park met Eucalyptus woudreuzen van meer dan 80 meter (hoogste hardhoutbomen ter wereld), de historische koloniale gebouwen van Richmond gehuld in een blauwe mist als gevolg van grote bosbranden aan de oostkust, gevolgd door een rit langs het D'Entrecasteaux kanaal ten zuiden van Hobart en een bezoek aan de hoofdstad zelf met een beklimming van Mount Wellington voor een panorama van de stad als afscheid.

Lavender farm - Nabowla

Great Western Tiers - Devils Gullet lookout

Cushion plants - Cradle Mountain Lake St Clair National Park

Dove lake flanked by Cradle Mountain


Lettes Bay - Strahan

Nelson Falls - Franklin Gordon Wild Rivers National Park


Bad tempered Tasmanian Devil

Horseshoe Falls - Mount Field National Park

Eucalyptus regnans forest giant - Mount Field National Park


D'Entrecasteaux Channel in the haze of bushfires - South of Hobart

Catch of the day - Hobart

La Tasmanie, une beauté sauvage (2)

La deuxième partie de notre voyage se concentre sur le centre et l’ouest de la Tasmanie après une courte visite de Lanceston avant de se diriger vers Mole Creek National Park (NP) et la visite de Marakoopa cave. Marakoopa cave est ce qu’on appelle une cave humide contenant stalagtites et stalagmites de plusieurs milliers d’années. C’est aussi une glowworm (larves produisant de la lumière) cave.
Ces larves (famille des mouches) passent la majeur partie de leur existence au stade larve (6 à 12 mois) et ne vivent qu’une à deux semaines au stade adulte dont le seul but est de s’accoupler. Les larves pour se nourrir tissent une toile verticale de soie qui pend du plafond et produisent de la lumière (réaction chimique impliquant la luciferase) ce qui attirent les insectes (mouches, moustiques,...) dont la larve se nourrit
http://en.wikipedia.org/wiki/Arachnocampa .
Lorsqu’on éteint la lumière, tout le monde pousse des cris d’admiration. Le plafond s’illumine de lumières et on se croirait sous un ciel étoilée.
Il semblerait qu’il y a de plus grandes caves de meme type en Nouvelle Zelande, visite prévue dans deux ans...
Par la suite, nous poursuivons notre route vers Cradle Mountain NP, destination très prisée des trekkeurs et l’un des icones de Tasmanie (celui de la plupart des guides touristiques). Le temps nous manquait pour tenter l’overland trekking (marche de plusieurs journées traversant Cradle Mountain NP jusqu’à Lake Saint Clair NP). Mais nous avons pu faire une partie du overland trek qui consiste à monter sur Marions Lookout (une monté a l’aide de chaines car pas de marche et cote très raide) puis contourner le sommet de Craddle Mountain (dans les 1300m) puis redescendre et remonter par Hansons Peak pour enfin redescendre à l’aide des pieds et des mains...Bref interminable. Une journée entière de marche dont on se souviendra encore longtemps et pas seulement pour les magnifiques paysages !
Après une heure de route de Cradle Mountain, se trouve la pointe de la cote ouest de la Tasmanie, Strahan, une très jolie ville et une cote très sauvage ou le temps est indécis (passer de la pluie, au vent violent, a la grele et au soleil à peu près en meme temps). Il n’y a qu’une seule route pour repartir de Strahan, c’est de traverser Franklin-Gordon Wild River NP jusqu’a Saint Clair NP. Tout le Sud-ouest de la Tasmanie est inhabité et totalement sauvage. Quelques petites promenades sur Lake Saint Clair NP et nous repartons pour Mt Field NP (eh oui que des National Parks).
Mt Field est l’un des premiers National Park d’Australie et l’un des plus beau (cascades, lacs, rainforest et animaux). C’est l’un des seuls parks ou les animaux se montrent en plein jour (wallabi, echidna, padmelon, green rosella et aigle).
Le parcours Tall tree pour grands arbres est impressionnant avec des Eucalyptus de 80m et plus. La Styx Valley non loin de Mt Field contient des Eucalyptus regnans de plus de 90m qui en font les plus grands arbres en bois dure du monde entier. Malheureusement des centaines d’hectares sont coupées chaque année et seule une petite parcelle a été protégée. Pourtant la Styx Valley of the Giants est considérée comme Tasmanian World Heritage Area et le comble la seule foret de Tasmanie que la Wilderness Society fait camapagne pour sa protection!
Nous terminons notre voyage par Richmond, Hartz Mountains NP, Cygnet Coast Road (malheureusement sous un brouillard de fumée du au feu de la cote est).
Et enfin en guise d’au revoir Hobart et Mt Wellington.

December 23, 2006

Tasmanie, devils & convicts temidden van natuurgeweld (1)

Ook Australie heeft zijn Limburg. Op het 'vasteland' wordt namelijk nogal eens lacherig en meewarig neergekeken op Tasmanie. Bovendien is de 'achtertuin' in het verleden bij officiele plechtigheden wel al eens over het hoofd gezien. Wie er echter eenmaal is geweest praat er al gauw met ontzag over. De natuur is er namelijk overdonderend en enorme bijna ondoordringbare delen van het eiland zijn sinds mensenheugenis praktisch onaangeroerd gebleven. Daarbij zijn grote gebieden geklasseerd als werelderfgoed, onder andere ter bescherming tegen een al te ijverige houtindustrie of ambitieuze hydro-electrische projecten. Rondrijden in Tasmanie geeft daarenboven pas echt het gevoel aan het einde van de wereld te zitten: een eiland afgesneden van een groter eiland door de woeste Bass Strait, in de zomer geregeld koud en nat weer terwijl elders in Australie de temperaturen al oplopen tot meer dan 30 graden en effectief gebeden wordt om wat regen, de zuidkust gegeseld door antarctische winden en uitkijkend over de Zuidelijke Oceaan met aan de overkant zo'n 3000 km verder de zuidpool.

In tegenstelling tot Australie zelf ligt in Tasmanie alles (relatief) dicht bij elkaar. In twee weken hebben we het hele eiland rondgereden zonder een enkele binnenvlucht te moeten nemen. Dankzij een vriendelijke Tasmaan naast ons op het vliegtuig hebben we meteen een grotere huurauto gekregen voor de hele reis. En wij die de Australiers van het vasteland al vriendelijk vonden ...

Nog meer dan Australie zelf is de jonge geschiedenis van Tasmanie grauw. Zo erg zelfs dat men in het midden van de negentiende eeuw radicaal besliste om de oude naam Van Diemen's Land te veranderen in Tasmanie als een soort schone lei. Niet alleen zijn immers zowat alle Aboriginals meedogenloos en systematisch uitgeroeid maar het eiland heeft ook lang dienstgedaan als een geisoleerde gevangenis voor veroordeelden. Zij werden vaak omwille van een peulschil getransporteerd vanuit Groot-Brittannie naar Tasman Peninsula, een schiereiland in het zuidoosten van Tasmanie waaruit ontsnappen onmogelijk bleek. Een wandeling tussen de stille ruines van de oude gevangenis in Port Arthur geeft nog steeds een kil gevoel bij de onmenselijke omstandigheden waarin de gevangenen gedurende een halve eeuw overleefden.

Met Port Arthur achter ons zijn we begonnen aan de ontdekking van de natuurpracht aan de oostkust van Tasmanie, meestal te voet tijdens lange wandeltochten zoals iedereen. Achtereenvolgens hebben we de loodrechte kliffen van Cape Hauy aangedaan (met dank aan Nathalie voor de foto's wegens hoogtevrees in de benen), de verlatenheid van Maria Island ondervonden en er de getinte Painted Cliffs bewonderd, vervolgens uitgerust op het parelwitte strand van Wineglass Bay met zijn azuurblauwe water (tot onze enkels ingeraakt, te ijskoud). Onderweg hebben we tevens de Tasmanian Devil Park gekruist waar men de beruchte Tasmaanse duivel ziektevrij probeert voort te planten. De natuurlijke populatie in Tasmanie wordt namelijk bedreigd door een mysterieuze en uiterst besmettelijke ziekte wat hun aantal heeft doen kelderen de jongste jaren. Bij de terugkeer van een van de wandelingen hebben we bovendien kennisgemaakt met de Tasmaanse wegenhulp. Na meer dan een uur wachten kwam een oude pickup aangereden met daarin een bejaard koppel en hond om ons met onze platte batterij uit te nood te helpen! Eenmaal weer onderweg hebben we tenslotte nog de fotogenieke Bay of Fires in het noordoosten meegepikt alvorens het bergachtige binnenland in te trekken ...

Natural erosion - Tessellated Pavement, Tasman Peninsula

Digitalis field - Tasman Peninsula

Penitentiary at Port Arthur - Tasman Peninsula

Convict church at Port Arthur - Tasman Peninsula

Cape Raoul - Tasman Peninsula

On the way to Cape Hauy - Tasman Peninsula

East coast of Tasmania seen from Cape Hauy - Tasman Peninsula

Deserted Maria island

Hopground beach - Maria island

Painted Cliffs - Maria island


The commissariat - Maria island

Wineglass Bay, voted as one of the top beaches of the world - Freycinet Peninsula

Colour display at the Bay of Fires

Sunset at St Helens

La Tasmanie, une beauté sauvage (1)

Enfin la Tasmanie! Un voyage attendu avec impatience. La Tasmanie est une ile dans le Sud-Ouest de l’Australie et très appréciée par les australiens du continent (mainland). Elle est donc très peu connu par les touristes européens. En effet, la Tasmanie est très sauvage avec de très nombreux National Park dont la majorité classée patrimoine mondial de l’Unesco, idéals pour de belles promenades.

La tasmanie fut découverte par le hollandais Abel Tasman en 1642 qui nomma cette ile Van Diemen’s Land. Le premier établissement penal fut établit par les anglais en 1803 dont le plus connue est Port Arthur sur la Tasman peninsula.
Bien sur, l’installation des européens ne fut pas sans conséquences pour les habitants de l’ile, les aborigenes qui subirent un veritable genocide par ce qu’on appelle“The Black War”. Les survivants de cette guerre furent isolés sur Flinders Island.

Le symbole de la Tasmanie est le thylacine ou tigre de Tasmanie, le plus grand marsupial carnivore connu et une espece protégée depuis 1936, depuis que le dernier specimen connu mouru au zoo de Hobart ! Mais il était déjà trop tard pour le thylacine.
Il n’y a qu’en Tasmanie que l’espece est en danger (c’est un peu comme le monstre du Loch Ness, on espere toujours le voir vivant) alors que l’organisation mondiale de la conservation de la nature a classé le thylacine comme espèce disparue. L’Australian museum a meme tenté le clonage du thylacine (avec un embryon conservé dans l’éthanol) mais sans succès. Le museum a renoncé au clonage car iréalisable.
Espérons que la disparition du thylacine aura servi a quelque chose et que le gouvernement australien se réveillera a tant pour d’autres espèces (tasmanian devil, padmelon,...)

Nous avons donc commencé notre voyage par la Tasman péninsula avec la visite de Port Arthur, une prison pas comme les autres. L’Angleterre voulant se débarasser des prisonniers (convicts), les envoyaient a l’autre bout du monde et les oubliaient. Il faut savoir qu’il ne fallait pas grand chose pour devenir un convict, un vol d’un morceau de pain suffisait a etre envoyé à Port Arthur pour une quinzaine d’années.
En se promenant dans Port Arthur, on ne peut s’empecher de se sentir mal a l’aise. Port Arthur est riche d’empreintes des convicts et construite par les convicts. Le temps y est rude, le vent froid venant de l’Antartique, la pluie et ce meme en été nous font comprendre les conditions de détention des prisonniers. La « separate prison » (les détenus récalcitrant y étaient enfermés et perdaient leur identité par un numero et aucun contact ou parole entres les convicts ou les gardiens) fut expérimentés un peu plus tard, la prison des enfants (dont le plus jeune n'avait que 9 ans) a été l’une des premieres prisons pour enfants mis en place par l’Angleterre. Port Arthur laisse des marques et impressionne.

La Tasman Peninsula est l’endroit idéal pour des longues marches et la montée du Mount Brown et Cape Hauy meme si la vue est magnifique nous a fait souffrir.

La visite continue par la déserté Maria island (pas d’habitation ni de commerce juste des kangourous). Les plages y sont magnifiques, des falaises entières de fossils ou encore des falaises peintes font de Maria island une destination très prisée par les trekkeurs.
D’autres belles promenades ont suivit a Freycinet Natinal Park avec la célèbre Wineglass Bay votée la plus belle plage du monde (l’eau y est quand meme un peu fraiche) et Hazard beach.
Sur le chemin de Saint Helens, nous nous sommes arrétés a Bicheno pour y voir les pengouins venant nourrir leur petits a la tombée de la nuit. Nous y avons ainsi vu de très près des petits sortis de leur cachette.
Et enfin la visite de Bay of Fire (baie de feu) qui porte bien son nom avec le contrast entre le rouge sang des rochers et le bleu azur de la mer nous ont enchantés.